Het ras
Langharige of kortharige collie: dezelfde hond, twee vachten
De rasstandaard zet de twee varianten vrijwel gelijk, op de lengte van het haar na. De beslissing valt dus ergens anders, en deze bladzijde zegt waar.
Wie voor het eerst naar collies kijkt, ziet twee verschillende honden. Wie de rasstandaarden leest, ziet dezelfde hond met een andere buitenlaag. De historische notitie van standaard 156 zegt het zelf: de langharige en de kortharige collie zijn hetzelfde, op de lengte van het haar na, en de twee zijn zeer recent uit hetzelfde materiaal ontstaan. Toch zijn het twee documenten, van twee verschillende jaren, en dat levert verschillen op die de moeite waard zijn.
Wat de twee documenten gemeen hebben
De maten zijn identiek. Beide standaarden noemen voor de reu een schofthoogte van 56 tot 61 centimeter en voor de teef 51 tot 56 centimeter. Beide plaatsen het ras in groep 1, sectie 1, herdershonden, zonder werkproef. Beide noemen als land van herkomst Groot-Brittannie en als gebruik herdershond. Beide beschrijven een hond die iets langer is dan hoog, met een vlakke schedel, een lichte maar merkbare stop, een altijd zwarte neus en middelgrote, amandelvormige, schuin geplaatste donkerbruine ogen. Beide noemen dezelfde diskwalificerende fouten: agressief of overdreven schuw gedrag, en zichtbare lichamelijke of gedragsmatige afwijkingen. Beide zijn gelezen op 2 september 2026.
Ook de ondervacht is in beide documenten dicht. Dat is het feit waar de meeste vergissingen op stuklopen: de kortharige collie heeft geen enkele vacht maar een korte bovenlaag over dezelfde soort isolatie.
Waar de twee documenten uit elkaar lopen
| Punt | Standaard 156, langhaar | Standaard 296, korthaar |
|---|---|---|
| Datum geldige standaard | 8 oktober 2012 | 27 juli 2021 |
| Historische notitie | Aanwezig, met de zin over de gemeenschappelijke afkomst | Niet opgenomen |
| Dekhaar | Recht, ruw aanvoelend, volgt de omtrek van het lichaam; manen en kraag zeer overvloedig; benen en staart bevederd | Kort en plat, ruw van textuur; niet getrimd of geknipt |
| Gewicht | Niet genoemd | Reu 20,5 tot 29,5 kg, teef 18,0 tot 25,0 kg |
| Temperament | Vriendelijk zonder spoor van nervositeit of agressie, en daarnaast: een grote gezelschapshond, vrolijk en actief, goed met kinderen en met andere honden | Vriendelijk zonder spoor van nervositeit of agressie |
| Oren | Klein, niet te dicht bij elkaar op de schedel | Middelmatig groot, breder aan de basis |
| Kleurnaam | Sable, tricolour, blue merle | Sable en wit, tricolour, blue merle |
| Grens van het wit | Wit mag niet overheersen | Wit reikt niet achter de schoft of boven de sprong |
De meeste van deze verschillen zijn redactioneel: negen jaar tussen twee herzieningen leidt tot andere formuleringen. Twee ervan zijn dat niet. De kortharige standaard noemt wel een gewicht en de langharige niet, en de zin over kinderen en andere honden staat alleen in de langharige. Wie die zin aanhaalt bij een kortharige hond, haalt hem aan uit het verkeerde document.
Wat de vachtlengte in de praktijk verandert
Het verschil zit in het onderhoud, niet in de hoeveelheid haar in huis. Beide varianten verliezen ondervacht, en die ondervacht is bij allebei dicht. Bij de langharige komt de losse wol vast te zitten in het lange dekhaar en moet zij eruit gekamd worden; blijft zij zitten, dan ontstaan klitten op vaste plaatsen. Bij de kortharige valt de losse wol er sneller vanzelf uit, wat minder kamwerk oplevert en niet minder stofzuigen.
Het tweede praktische verschil is drogen. Lang haar houdt water vast rond de kraag, de broek en de staart, en een natte ondervacht droogt langzamer dan de laag erboven. Wie dagelijks in weer en wind loopt, merkt dat aan de tijd tussen thuiskomen en weer op de bank mogen. Hoe je die twee lagen bijhoudt, staat bij de verzorging van de vacht.
Wat er niet verandert
De aanleg. Beide standaarden beschrijven een herdershond uit dezelfde groep en sectie, met dezelfde bouw en dezelfde beweging. De drijfaanleg, de gevoeligheid voor stemgeluid, de neiging om op beweging te reageren en de behoefte aan een taak zitten niet in de vachtlengte. Wie een kortharige kiest om minder hond te hebben, kiest alleen minder haar.
Dat betekent ook dat het geluid niet verandert, dat de behoefte aan rust niet verandert en dat de opvoeding dezelfde is. Wat dat concreet betekent, staat bij de bladzijde over blaffen en bij de vraag of dit ras bij jouw huishouden past.
Het fokreglement kent per variant eigen regels
Hier zit een verschil dat vrijwel nergens wordt genoemd. De rasvereniging Schotse Herder Vrienden publiceert twee verenigingsfokreglementen, een voor de langharige en een voor de kortharige variant, beide vastgesteld op 20 december 2015 en voor het laatst gewijzigd op 24 oktober 2021, beide gelezen op 2 september 2026. Ze zijn bijna woordelijk gelijk en verschillen op twee punten.
Het eerste punt is de herhaalcombinatie. Bij de langharige bepaalt artikel 2.2 dat dezelfde oudercombinatie maximaal tweemaal is toegestaan; bij de kortharige staat in hetzelfde artikel dat aan het aantal herhaalcombinaties geen beperkingen zijn gesteld. Het tweede punt is het aantal dekkingen van een reu: artikel 2.4 noemt bij de langharige een maximum van 25 geslaagde dekkingen gedurende zijn leven, en bij de kortharige een maximum van 15. Alle overige artikelen, waaronder de leeftijden en de verplichte onderzoeken, komen overeen. Die onderzoeken staan op rij in de Testtabel.
Waarop je de keuze dan wel maakt
- Op de tijd die je wekelijks aan kammen wilt besteden, niet op de hoeveelheid haar in huis.
- Op hoe vaak de hond nat thuiskomt en hoe lang je hem kunt laten drogen.
- Op het formaat, dat in beide varianten hetzelfde is, en dus geen argument oplevert.
- Op de beschikbaarheid in de buurt, want de kortharige variant is in Nederland de zeldzaamste van de twee.
- Op de uitslagen van de ouderdieren, die in beide varianten dezelfde onderzoeken betreffen.
Wat er in deze vergelijking misgaat
- De kortharige wordt gezien als een hond zonder ondervacht, terwijl de standaard die juist als zeer dicht beschrijft.
- De zin over kinderen uit standaard 156 wordt op de kortharige geplakt, waar hij niet staat.
- Het gewicht uit standaard 296 wordt gebruikt om een langharige te beoordelen, terwijl 156 geen gewicht noemt.
- De keuze valt op de vacht terwijl het temperament de dagelijkse praktijk bepaalt.
- Men neemt aan dat de twee fokreglementen identiek zijn, terwijl ze op twee artikelen verschillen.
De beslissing. Kies de vacht op je agenda en de hond op zijn aanleg. Wie kamwerk aankan en het beeld van een volle kraag wil, kiest langhaar; wie liever stofzuigt dan kamt, kiest korthaar. In alles wat daarna komt, van opvoeding tot beweging tot gezondheidsonderzoek, is het dezelfde hond.