Hulpmiddel
Kleurenwijzer: sable, tricolour en blue merle bij de collie
Het tweede hulpmiddel van de site: een woordenlijst die scherp scheidt wat de rasstandaard erkent van wat de fokkerij en de genetica benoemen.
Voor een nest staan en niet weten hoe een kleur heet is vervelend. Niet weten waarom een bepaalde combinatie niet gefokt wordt, is iets anders. De Kleurenwijzer behandelt allebei, en houdt daarbij een grens aan die op Nederlandse bladzijden zelden wordt getrokken: wat de rasstandaard erkent staat links, wat de fokkerij en het fokreglement daarnaast benoemen staat rechts.
Drie kleuren, meer niet
Standaard 156 voor de langharige variant noemt onder het kopje kleur precies drie namen: sable, tricolour en blue merle. Standaard 296 voor de kortharige noemt er evenveel en schrijft de eerste als sable en wit. Beide gelezen op 2 september 2026. Alles wat je daarnaast hoort, is een term uit de fokkerij of uit de kleurgenetica, en niet een vierde kleur van het ras.
| Kleur | Wat de standaard beschrijft | Zeer ongewenst volgens de standaard |
|---|---|---|
| Sable | Elke tint van lichtgoud tot diep mahonie, of geschaduwd sable. | Lichte strokleur of cremekleur. |
| Tricolour | Overwegend zwart met rijke tanaftekening aan benen en hoofd. | Een roestige zweem in het dekhaar. |
| Blue merle | Overwegend helder zilverblauw, gespat en gemarmerd met zwart. Rijke tanaftekening heeft de voorkeur, maar het ontbreken ervan wordt niet bestraft. | Grote zwarte vlakken, leikleur, of een roestige zweem in dek- of ondervacht. |
Sable, en waarom de tint zo uiteenloopt
Sable is de kleur die de meeste mensen voor zich zien bij het woord collie, en tegelijk de kleur met de grootste spreiding. De standaard laat alles toe van lichtgoud tot diep mahonie, inclusief geschaduwd sable, waarbij donkere haarpunten over de rug en de flanken lopen. Wat de standaard er wel bij zegt: heel licht stro of creme is zeer ongewenst.
Voor een koper is dat vooral praktische informatie. Een pup verandert van tint terwijl hij opgroeit, en geschaduwd sable kan als jonge hond donkerder ogen dan als volwassen dier. De tint van een pup is dus geen belofte, en het is geen reden om een nest te kiezen of te laten schieten.
Tricolour
Tricolour is overwegend zwart met tan aftekening aan benen en hoofd, plus de witte tekening die alle collies dragen. De standaard noemt een roestige zweem in het dekhaar zeer ongewenst, en dat is precies wat je bij deze kleur in de zomerzon ziet gebeuren bij een vacht die veel zon vangt.
Praktisch punt: zwart haar is het lastigst goed op de foto te krijgen, omdat de details in de schaduw wegvallen. Dat is geen kleurfout maar een belichtingsprobleem, en het staat uitgewerkt bij het fotograferen van een langharige hond.
Blue merle en het blauwe oog
Blue merle is helder zilverblauw, gespat en gemarmerd met zwart. De standaard geeft de voorkeur aan rijke tanaftekening maar bestraft het ontbreken daarvan niet. Grote zwarte vlakken, leikleur en een roestige zweem zijn zeer ongewenst.
Bij deze kleur maakt de standaard een uitzondering die vaak voor een gebrek wordt aangezien. Bij de beschrijving van de ogen staat dat die donkerbruin horen te zijn, behalve bij blue merles, waar een oog of beide ogen, geheel of gedeeltelijk, vaak blauw of blauw gevlekt zijn. Een blauw oog bij een blue merle is dus toegestaan door de standaard. Wat een oog wel of niet mankeert, wordt niet aan de kleur afgelezen maar aan een klinisch oogonderzoek; dat staat bij CEA en het ECVO-oogonderzoek.
De witte tekening
Alle drie de kleuren dragen in meerdere of mindere mate de typische witte collietekening. De standaard noemt als gunstig: een volledige of gedeeltelijke witte kraag, een wit voorstel, witte benen en voeten en een witte staartpunt. Een bles mag over de snuit lopen, over de schedel, of over allebei. Geheel of overwegend wit noemt standaard 156 zeer ongewenst, en standaard 296 voegt daaraan een grens toe: de witte aftekening reikt niet achter de schoft of boven de sprong.
Daarmee is de belangrijkste vraag over wit beantwoord zonder dat er een term uit de fokkerij aan te pas komt. Een hond met veel wit is voor de standaard niet interessanter maar minder gewenst, en dat is de maatstaf waarmee een keurmeester werkt.
Merle, en waarom twee merles niet worden gecombineerd
Hier levert het Nederlandse verenigingsfokreglement het scherpste antwoord, en het is een regel en geen mening. Artikel 2.1 van het reglement voor dit ras, versie 24 oktober 2021, gelezen op 2 september 2026, verbiedt naast de nauwe verwantschappen ook de combinatie merle met merle.
Het reglement gaat verder waar het interessant wordt. Artikel 2.8 bepaalt dat bij een combinatie van merle met sable de sable geen merle-gen mag dragen, en dat dit moet worden aangetoond met een DNA-test. Dat is de reglementaire erkenning van een bekend probleem: merle is onder een sable vacht slecht te zien, waardoor twee merles gecombineerd kunnen worden zonder dat iemand dat aan de honden aflas. Artikel 4.5 voegt daar een dringend advies aan toe: bij een combinatie van merle met tricolour hoort de tricolour homozygoot te zijn, vast te stellen met een DNA-vachtkleurtest op de M-locus.
Voor een koper betekent dat iets heel concreets. Bij een nest waarin merle voorkomt, is de vraag niet welke kleur de pups hebben maar of er een DNA-uitslag voor de vachtkleur is van de niet-merle ouder. Dat papier hoort in dezelfde map als de gezondheidsuitslagen, en die staan op de Testtabel.
Termen die naast de standaard circuleren
In gesprekken en advertenties hoor je namen die geen van de drie erkende kleuren zijn. Ze beschrijven meestal een van twee dingen: hoeveel wit een hond draagt, of het feit dat een hond het merle-gen bij zich draagt zonder dat je het ziet. Voor de eerste groep geldt de maatstaf van de standaard, die wit begrenst en overwegend wit zeer ongewenst noemt. Voor de tweede groep geldt de maatstaf van het fokreglement, dat een DNA-test op de vachtkleur voorschrijft voordat een sable met een merle wordt gecombineerd. Met die twee documenten in de hand kun je elke term die je hoort terugbrengen tot de vraag die ertoe doet: staat er een papier tegenover, en van wanneer is het.
De kleurvragen die je stelt
- Vraag welke kleur de ouderdieren officieel dragen, zoals geregistreerd, en niet zoals ze ogen.
- Komt er merle voor in de combinatie, vraag dan de DNA-uitslag voor de vachtkleur van de andere ouder.
- Vraag naar het ECVO-onderzoek van het nest, ongeacht de kleur van de pup.
- Reken erop dat de tint van een sable pup verandert en beoordeel hem niet op de dag van bezichtiging.
- Leg het woord dat je hoort naast de drie namen uit de standaard; wat er niet in staat, is een term uit de fokkerij.
Wat er rond kleur misgaat
- Een zeldzaam klinkende kleurnaam wordt gelezen als iets bijzonders, terwijl de standaard er drie kent.
- Het blauwe oog van een blue merle wordt voor een afwijking aangezien, terwijl de standaard het noemt.
- Veel wit wordt als exclusief gepresenteerd, terwijl de standaard overwegend wit zeer ongewenst noemt.
- De kleur wordt eerder gekozen dan de gezondheidsuitslagen bekend zijn.
- Bij een merle-combinatie wordt niet naar de vachtkleurtest van de andere ouder gevraagd.
De beslissing. Gebruik kleur als laatste criterium en als eerste controlevraag. Laatste criterium, omdat de standaard drie kleuren kent en er geen van beter is. Eerste controlevraag, omdat een merle in de combinatie een papier oplevert dat er moet zijn. Welke kleur je uiteindelijk kiest, verandert niets aan wat er in het rasportret staat.